Dakar: Team de Rooy is weer thuis en blikt terug op de rally

"Ik heb van de vijf dagen rally, niet één dag zonder trammelant gehad,” vertelt Jan de Rooy na een lange en vermoeiende reis die zaterdagochtend net over de grens van Mauritanië begon en via Nouackchott, Dakar en Brussel op maandagochtend naar Son leidde.
De teleurstelling over het uitvallen van zijn team zit Jan de Rooy hoog. “Toch is het minder erg dan vorig jaar. Helemaal niet mogen starten is zeer frustrerend, nu ben je in feite verslagen door de techniek. Ik kreeg de domper eigenlijk al op de eerste meters toen mijn tussenbak het begaf, we waren nauwelijks begonnen. Na de reparatie weet je al dat je een tijdstraf hebt opgelopen en dat het eigenlijk al is afgelopen.”
Dat gold zeker niet voor zoon Gerard, die begon met de etappewinst en daarna keurig op een tweede plaats meereed. “Tot de fatale donderdag. De dag waarop de motor eindelijk echt moest gaan werken op een snelle piste, waar ook de concurrentie voluit gaat. Dat mijn vader er al meteen uit was wist ik natuurlijk niet. Bij hem ging de snelheid er na zeventig kilometer uit en dan weet je dat er iets ernstigs aan de hand is. Ik ging lekker, al zakte ook bij mij af en toe de snelheid. Je denkt dan 'ik krijg onvoldoende dieseltoevoer'. Bovendien merkte ik dat een cilinder het niet meer deed. Het rijden met de onafhankelijke wielophanging is fantastisch, zelfs op het kamelengras ging het fantastisch en uiteindelijk kwam ik toch als tweede binnen. Toen we vervolgens keken, zijn we ons rot geschrokken. Ik vermoedde toen al dat repareren onmogelijk zou zijn“, herinnert Gerard zich.

Dan begint het wachten op de assistentie van Hugo Duisters. De geroutineerde Belg is ’s morgens voor Jan de Rooy vertrokken en weet dus dat hij vrij snel daarna door zijn baas zal worden ingehaald. Als dat na veertig kilometer nog niet is gebeurd, voelt hij nattigheid en besluit terug te rijden om te kijken waar De Rooy blijft. Als hij De Rooy vindt en ziet hoe ernstig het is, wordt besloten dat Duisters terugrijdt naar de start om de langzame assistentie tegen te houden en richting De Rooy te sturen, omdat juist die truck de benodigde onderdelen heeft. Als Toine van Oorschot bij Jan is gearriveerd, kan daar begonnen worden met het reviseren van de motor van de 502, een gigantische klus overigens die anderhalve dag in beslag neemt.
Duisters is dan alweer op weg, niet alleen voor zijn klassement, maar ook om als back-up van Gerard de Rooy te functioneren. Als hij in het bivak is aangekomen, vervolgens de 509 bekijkt, weet hij dat het repareren van de cilinder mogelijk is; maar niet binnen de tijd die Gerard de Rooy nodig heeft om op tijd aan de volgende tijdrit te beginnen. “Wat ik ook bedacht, het had allemaal straftijd opgeleverd en dan weet je dus dat het afgelopen is“, stelt De Rooy junior enige dagen later nuchter vast.
Vader en zoon zijn dus op dezelfde dag klaar met hun vakantie. “Binnen de kortste keren waren er militairen bij ons aanwezig, toen we daar moederziel alleen in de woestijn stonden en later in Atar was dat niet anders. In Atar werd de 509 in een werkplaats met behulp van de bemanning van de assistentietruck van Chris Colaers opgeknapt.

De reis van vader en zoon De Rooy en de complete assistentie ging vervolgens via Nouakchott naar Dakar. De overtocht per boot over de Niger vergde drieenhalf uur en kostte aan smeergeld zo’n 850 euro, maar uiteindelijk konden de voertuigen voor het Meridien geparkeerd worden. Vanaf die plek zorgt ASO, de organisator van de rally dat de voertuigen op de boot naar Europa komen.
Onder het motto 'samen uit, samen thuis', kon de hele ploeg daarna via inderhaast geregelde vliegtuigtickets naar Brussel vliegen, hoewel ook hier een flinke vertraging aan vooraf ging.
Ondanks alle malheur, aarzelt Jan de Rooy niet zijn zoon Gerard een compliment te maken voor zijn rijstijl. "Hij heeft goed gereden, met zijn koppie erbij. Als hij zo blijft rijden en hij krijgt geen pech, kan hij ooit Dakar winnen. Voorlopig is het nog niet zover. De vakantie is voorbij. We gaan dus morgen gewoon aan het werk. Ik heb Gerard een paar jaar geleden gevraagd wat hij wilde. Zes rallies per jaar rijden en niet in het bedrijf of een rally per jaar en wel in het bedrijf. Hij heeft voor het laatste gekozen“, glundert senior, die de belangen van zijn transportonderneming nooit uit het oog heeft verloren. “Volgend jaar gaan we weer samen, als we het reglement van de FIA tijdig kennen en we kunnen de problemen met de motor die we dit jaar hebben gehad oplossen, dan staan we volgend jaar weer aan de start", stelt een zelfverzekerde Jan de Rooy. Echte zekerheid over een deelname volgend jaar is er dus nog niet.
Jan de Rooy kijkt overigens met genoegen naar de geweldige manier waarop neef Hans Stacey met zijn Dakar bezig is. “Als hij bij de les blijft en geen fouten maakt, gaat hij de rally zeer verdiend winnen", zegt Jan met enige weemoed terugdenkend aan twintig jaar geleden, toen hij zelf als eerste bij het Lac Rose in Dakar aankwam.
De teleurstelling over het uitvallen van zijn team zit Jan de Rooy hoog. “Toch is het minder erg dan vorig jaar. Helemaal niet mogen starten is zeer frustrerend, nu ben je in feite verslagen door de techniek. Ik kreeg de domper eigenlijk al op de eerste meters toen mijn tussenbak het begaf, we waren nauwelijks begonnen. Na de reparatie weet je al dat je een tijdstraf hebt opgelopen en dat het eigenlijk al is afgelopen.”
Dat gold zeker niet voor zoon Gerard, die begon met de etappewinst en daarna keurig op een tweede plaats meereed. “Tot de fatale donderdag. De dag waarop de motor eindelijk echt moest gaan werken op een snelle piste, waar ook de concurrentie voluit gaat. Dat mijn vader er al meteen uit was wist ik natuurlijk niet. Bij hem ging de snelheid er na zeventig kilometer uit en dan weet je dat er iets ernstigs aan de hand is. Ik ging lekker, al zakte ook bij mij af en toe de snelheid. Je denkt dan 'ik krijg onvoldoende dieseltoevoer'. Bovendien merkte ik dat een cilinder het niet meer deed. Het rijden met de onafhankelijke wielophanging is fantastisch, zelfs op het kamelengras ging het fantastisch en uiteindelijk kwam ik toch als tweede binnen. Toen we vervolgens keken, zijn we ons rot geschrokken. Ik vermoedde toen al dat repareren onmogelijk zou zijn“, herinnert Gerard zich.

Dan begint het wachten op de assistentie van Hugo Duisters. De geroutineerde Belg is ’s morgens voor Jan de Rooy vertrokken en weet dus dat hij vrij snel daarna door zijn baas zal worden ingehaald. Als dat na veertig kilometer nog niet is gebeurd, voelt hij nattigheid en besluit terug te rijden om te kijken waar De Rooy blijft. Als hij De Rooy vindt en ziet hoe ernstig het is, wordt besloten dat Duisters terugrijdt naar de start om de langzame assistentie tegen te houden en richting De Rooy te sturen, omdat juist die truck de benodigde onderdelen heeft. Als Toine van Oorschot bij Jan is gearriveerd, kan daar begonnen worden met het reviseren van de motor van de 502, een gigantische klus overigens die anderhalve dag in beslag neemt.
Duisters is dan alweer op weg, niet alleen voor zijn klassement, maar ook om als back-up van Gerard de Rooy te functioneren. Als hij in het bivak is aangekomen, vervolgens de 509 bekijkt, weet hij dat het repareren van de cilinder mogelijk is; maar niet binnen de tijd die Gerard de Rooy nodig heeft om op tijd aan de volgende tijdrit te beginnen. “Wat ik ook bedacht, het had allemaal straftijd opgeleverd en dan weet je dus dat het afgelopen is“, stelt De Rooy junior enige dagen later nuchter vast.
Vader en zoon zijn dus op dezelfde dag klaar met hun vakantie. “Binnen de kortste keren waren er militairen bij ons aanwezig, toen we daar moederziel alleen in de woestijn stonden en later in Atar was dat niet anders. In Atar werd de 509 in een werkplaats met behulp van de bemanning van de assistentietruck van Chris Colaers opgeknapt.

De reis van vader en zoon De Rooy en de complete assistentie ging vervolgens via Nouakchott naar Dakar. De overtocht per boot over de Niger vergde drieenhalf uur en kostte aan smeergeld zo’n 850 euro, maar uiteindelijk konden de voertuigen voor het Meridien geparkeerd worden. Vanaf die plek zorgt ASO, de organisator van de rally dat de voertuigen op de boot naar Europa komen.
Onder het motto 'samen uit, samen thuis', kon de hele ploeg daarna via inderhaast geregelde vliegtuigtickets naar Brussel vliegen, hoewel ook hier een flinke vertraging aan vooraf ging.
Ondanks alle malheur, aarzelt Jan de Rooy niet zijn zoon Gerard een compliment te maken voor zijn rijstijl. "Hij heeft goed gereden, met zijn koppie erbij. Als hij zo blijft rijden en hij krijgt geen pech, kan hij ooit Dakar winnen. Voorlopig is het nog niet zover. De vakantie is voorbij. We gaan dus morgen gewoon aan het werk. Ik heb Gerard een paar jaar geleden gevraagd wat hij wilde. Zes rallies per jaar rijden en niet in het bedrijf of een rally per jaar en wel in het bedrijf. Hij heeft voor het laatste gekozen“, glundert senior, die de belangen van zijn transportonderneming nooit uit het oog heeft verloren. “Volgend jaar gaan we weer samen, als we het reglement van de FIA tijdig kennen en we kunnen de problemen met de motor die we dit jaar hebben gehad oplossen, dan staan we volgend jaar weer aan de start", stelt een zelfverzekerde Jan de Rooy. Echte zekerheid over een deelname volgend jaar is er dus nog niet.
Jan de Rooy kijkt overigens met genoegen naar de geweldige manier waarop neef Hans Stacey met zijn Dakar bezig is. “Als hij bij de les blijft en geen fouten maakt, gaat hij de rally zeer verdiend winnen", zegt Jan met enige weemoed terugdenkend aan twintig jaar geleden, toen hij zelf als eerste bij het Lac Rose in Dakar aankwam.
M
Maurice Hoogers
Redactie RaceXpress
Reacties (0)
Wees de eerste die reageert.
Meer uit Autosport
VIDEO: Tim Coronel onthult nieuwe Dakar auto tijdens The Racing Day in Assen

Team de Rooy keert met onverrichte zaken terug naar huis! Alles stond klaar, maar wedstrijd last minute stilgelegd

Baja Italia 2026: Mitchel van den Brink op jacht naar winst

Mitchel van den Brink klopt alles en iedereen; indrukwekkende zege in World Baja Cup Griekenland
Meer nieuws
05-06



